Les 4 · 45 minuten · Basisregels
Schaak, mat of pat?
Schaak, schaakmat en pat onderscheiden en een schaak veilig opheffen.
Voor je begint
Voorkennis: De leerlingen kennen de zes stukbewegingen en kunnen veldnamen lezen.
Voorbereiding: Eén bord per tweetal, een witte koning en dame, een zwarte koning en toren. Print werkblad 4.
Leerdoel: Schaak, schaakmat en pat onderscheiden en een schaak veilig opheffen.
Startcheck: Laat een leerling de genoemde voorkennis demonstreren. Lukt dat nog niet? Herhaal die stap vóór je doorgaat.
Zo geef je de les
-
0–5 min
Startcheck
Jij doet of vraagt: Vraag of een koning geslagen wordt in een partij. Laat een koning op e1 en een vijandelijke toren op e8 aanwijzen: wie valt wie aan?
Leerlingen doen: Vertel dat de koning nooit geslagen wordt; je moet uit schaak komen.
-
5–15 min
Drie manieren om schaak op te heffen
Jij doet of vraagt: Gebruik stelling A van het werkblad. Onderzoek koning wegzetten, aanvaller slaan en tussenplaatsen. Niet elke manier kan in elke stelling.
Leerlingen doen: Probeer e1–d1 en d2–e2 en verklaar waarom d2–d3 het schaak niet oplost.
-
15–25 min
Mat bewijzen
Jij doet of vraagt: Gebruik stelling B. Controleer eerst schaak en daarna alle vluchtvelden, slaan en tussenplaatsen.
Leerlingen doen: Onderzoek h7, g7 en g8 en leg uit welk wit stuk elk veld bewaakt.
-
25–37 min
Pat vergelijken
Jij doet of vraagt: Gebruik stelling C zonder de uitkomst te noemen. Laat iedereen eerst zelf kiezen en daarna vergelijken met B.
Leerlingen doen: Vul het werkblad in; leg uit waarom geen legale zet hebben niet altijd verliezen is.
-
37–45 min
Eindcheck
Jij doet of vraagt: Vraag: “Je staat niet schaak en hebt geen enkele legale zet. Wat is de uitslag?” Laat daarna één ontsnapping uit stelling A tonen.
Leerlingen doen: Antwoord pat en remise; toon een legale schaakopheffing.
Veelgemaakte fout
Wat zie je? “Geen zet mogelijk” wordt altijd mat genoemd.
Zo help je: Vraag eerst: staat de koning nú schaak? Zonder schaak is het pat, als er verder geen legale zetten zijn.
Aanpassen aan je groep
Meer ondersteuning: Behandel alleen A en B. Voeg pat toe zodra de groep schaak en mat betrouwbaar herkent.
Meer uitdaging: Laat de dame in stelling C van g6 naar g7 verplaatsen. Wat verandert er voor de zwarte koning?
Eindcheck: kan de leerling het uitleggen?
Pat is remise; e1–d1 of d2–e2 heft in A het schaak op.
Laat één leerling individueel voordoen en vraag naar de reden. Lukt dat nog niet, herhaal de demonstratie met echte stukken voordat je verdergaat.