Rokade, en passant en promotie: de speciale schaakzetten
Drie zetten die beginners vaak verwarren: rokade, en passant en promotie. Hier lees je precies wanneer ze mogen.
Er zijn drie zetten in het schaken die afwijken van de gewone regels. Ze zijn belangrijk, dus het loont om ze goed te kennen.
De rokade
Bij de rokade beweeg je in één beurt de koning twee velden richting een toren, en de toren springt over de koning heen. Zo komt je koning veilig te staan en je toren in het spel.
Dit mag alleen als:
- de koning en die toren nog niet eerder bewogen hebben;
- er geen stukken tussen de koning en de toren staan;
- je niet schaak staat;
- de koning niet over of naar een veld gaat dat wordt aangevallen.
En passant
Zet een pion twee velden vooruit en komt hij naast een pion van de tegenstander te staan? Dan mag die tegenstander hem slaan alsof hij maar één veld was opgeschoven. Dit mag alleen direct in de beurt erna, anders vervalt de kans. De pion die slaat, landt op het veld dat de andere pion oversloeg.
Promotie
Bereikt een pion de laatste rij, dan verander je hem in een dame, toren, loper of paard. Bijna altijd kies je de dame, omdat die het sterkst is. In sommige situaties is een paard beter, bijvoorbeeld om meteen schaak te geven of pat te vermijden. Daarom is de pion meer waard dan zijn 1 punt: hij kan een dame worden.
Wil je het zien en oefenen? Doe de les over speciale zetten op Chessschool. De stukken en hun waarde lees je in de waarde van schaakstukken.