Schaaknotatie leren: zo lees en schrijf je een partij
Leer de schaaknotatie met coördinaten: de velden a1 tot h8, de letters voor de stukken en tekens als x, + en #.
Met schaaknotatie schrijf je een partij op, zodat je hem later kunt terugkijken. Het lijkt moeilijk, maar het is een kwestie van coördinaten.
De velden
De kolommen heten a tot en met h, van links naar rechts gezien vanuit wit. De rijen heten 1 tot en met 8, van wit naar zwart. Elk veld heeft zo een eigen naam. Het veld waar de witte koning begint is e1.
De letters voor de stukken
- K = koning, D = dame, T = toren, L = loper, P = paard
- Een pion heeft geen letter: e4 betekent dat een pion naar e4 gaat.
De tekens
- x = slaan, bijvoorbeeld Lxf7
- + = schaak, # = schaakmat
- O-O = korte rokade, O-O-O = lange rokade
- =D = promotie tot dame, bijvoorbeeld e8=D
Een voorbeeld
1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5. Wit speelt een pion naar e4, zwart antwoordt met een pion naar e5. Daarna ontwikkelen beide spelers een paard en zet wit zijn loper op b5. Het getal telt een zet voor beide spelers samen.
Als beide stukken van dezelfde soort naar hetzelfde veld kunnen, voeg je de kolom of rij toe, bijvoorbeeld Pbd7. Zie je het in de praktijk, zoals bij herdersmat, dan wordt het snel gewoon.