Pat en remise: zo eindigt een schaakpartij gelijk
Wanneer is een schaakpartij remise? Leer wat pat is, wanneer driemaal dezelfde stelling geldt en wat de vijftig-zettenregel inhoudt.
Niet elke partij eindigt met winst. Remise (gelijkspel) komt veel voor, en beginners trappen vaak per ongeluk in pat. Hier lees je alle manieren waarop een partij remise kan eindigen.
Pat
De speler die aan zet is, staat niet schaak maar heeft ook geen enkele toegestane zet. Dat heet pat en de partij is meteen remise. Wie een groot materiaalvoordeel heeft, moet dus opletten dat hij de koning van de tegenstander niet opsluit zonder schaak te geven.
Andere vormen van remise
- Overeenkomst: beide spelers komen overeen om remise te spelen.
- Driemaal dezelfde stelling: dezelfde stelling met dezelfde speler aan zet en dezelfde zetmogelijkheden komt drie keer voor: een speler kan remise claimen. Dit hoeven niet drie opeenvolgende keren te zijn. Bij vijfmaal herhaling is het automatisch remise.
- Vijftig zetten: na vijftig zetten van beide spelers zonder pionzet of slagzet kan een speler remise claimen. Na 75 zetten is het automatisch remise, behalve als de laatste zet mat is.
- Onvoldoende materiaal: beide spelers kunnen onmogelijk nog mat zetten, bijvoorbeeld koning tegen koning, of koning en loper tegen koning.
- Eeuwig schaak: je geeft steeds schaak en je tegenstander kan het niet stoppen, wat vaak tot driemaal dezelfde stelling leidt.
Remise als redding
Sta je achter, dan kan pat of eeuwig schaak je een halve punt opleveren in een verloren stelling. Probeer dus ook als je slechter staat tot het einde te vechten.
Meer over mat lees je in schaakmatpatronen en in schaken leren voor beginners.