4 schaakmatpatronen die elke beginner moet kennen
Leer vier klassieke schaakmatpatronen met diagrammen: mat op de achterste rij, dwaasmat, versmoorde mat en mat met dame en koning.
Schaakmat zetten is het doel van elke partij. Gelukkig komen dezelfde patronen steeds terug. Wie ze herkent, ziet mat vaak al enkele zetten vooruit.
1. Mat op de achterste rij
De koning staat op de eerste rij, achter zijn eigen pionnen, en kan nergens heen. Een toren of dame op de achterste rij geeft dan mat. Met één pion een stap vooruit (een "luchtgat") voorkom je dit.
2. Dwaasmat: de snelste mat
Dwaasmat kan al na twee zetten van zwart: 1. f3 e5 2. g4 Dh4#. Wit opent de diagonaal naar zijn eigen koning en speelt zo zelf de verliezende zetten. Het komt zelden voor, maar het leert je dat pionzetten rond je koning gevaarlijk zijn.
3. Versmoorde mat
Een paard geeft mat aan een koning die door zijn eigen stukken wordt omringd. Omdat een paard over stukken springt, kan niemand de aanval blokkeren.
4. Mat met dame en koning
Een dame die door je eigen koning wordt gedekt, kan niet worden geslagen. Zet je haar naast de vijandelijke koning, dan is het vaak meteen mat.
Zo gebruik je dit in je partij
- Kijk elke zet of jouw koning een luchtgat heeft.
- Zoek bij de koning van je tegenstander naar velden die door eigen stukken geblokkeerd zijn.
- Denk aan herdersmat, de bekendste val.