Chessschool
← Bijbehorende lesvoorbereiding

Chessschool · Werkblad 7

De paardvork: twee doelen tegelijk

Naam: _________________________ Datum: ______________

Werk eerst zelf en bespreek daarna met een maatje. Zet de stellingen op een echt bord als dat helpt. De diagrammen staan vanaf de witte kant. Bij elke stelling staat wie aan zet is; alle niet genoemde velden zijn leeg.

A · Wit aan zet 1 2 3 4 5 6 7 8 a b c d e f g h
A · Wit aan zet
zwart: toren c5, wit: koning f3, zwart: koning d2, wit: paard c1.
  1. Welke drie velden bereikt het paard vanaf c1?
  2. Welke paardzet valt de zwarte koning en toren tegelijk aan?
  3. Waarom moet zwart het schaak eerst opheffen?
  4. Speel als zwart d2–d3. Welke witte zet wint nu de toren?
  5. Kies een ander legaal zwart antwoord op de vork en controleer of wit nog steeds de toren kan slaan. Noteer de zetten.

Dit wil ik nog oefenen: ___________________________________

Chessschool · chessschool.be/trainers/ · versie 31-10-2026

Begeleidersblad

Antwoorden: De paardvork: twee doelen tegelijk

Laat leerlingen hun antwoord op het bord aantonen. De uitleg telt mee; alleen een zet onthouden is onvoldoende.

  1. a2, b3 en d3. Het paard mag niet op zijn eigen veld blijven staan.
  2. c1–b3: het paard valt d2 en c5 aan.
  3. Een zet die de eigen koning schaak laat staan is illegaal. De koning wordt nooit daadwerkelijk geslagen.
  4. b3–c5 slaat de toren.
  5. Bijvoorbeeld d2–c2, gevolgd door b3–c5. Ook na de andere legale koningszetten kan het paard de toren slaan. Laat een legaal alternatief op het bord aantonen.

Eindcheck

c1–b3 geeft schaak aan d2 en valt toren c5 aan; na bijvoorbeeld d2–d3 volgt b3–c5.