Les 7 · 40 minuten · Tactiek
De paardvork: twee doelen tegelijk
Een paardvork met schaak vinden en de tweede zet van het plan uitvoeren.
Voor je begint
Voorkennis: Leerlingen kennen de paardbeweging, schaak en veilig slaan. Gebruik dit plan vóór of na Kijk eerst, zet daarna.
Voorbereiding: Per tweetal een bord met twee koningen, een wit paard en een zwarte toren. Print werkblad 7.
Leerdoel: Een paardvork met schaak vinden en de tweede zet van het plan uitvoeren.
Startcheck: Laat een leerling de genoemde voorkennis demonstreren. Lukt dat nog niet? Herhaal die stap vóór je doorgaat.
Zo geef je de les
-
0–5 min
Paardvelden ophalen
Jij doet of vraagt: Zet een paard op c1. Laat eerst zonder antwoord van het maatje de drie bereikbare velden aanwijzen.
Leerlingen doen: Noem a2, b3 en d3. Controleer met een echt paard.
-
5–13 min
Twee doelen zien
Jij doet of vraagt: Zet stelling A op. Vraag naar de doelen van het paard na c1–b3. Laat nog geen toren slaan.
Leerlingen doen: Markeer koning d2 en toren c5 als aangevallen doelen.
-
13–23 min
De reactie van de ander
Jij doet of vraagt: Vraag waarom zwart nu niet eerst met de toren een willekeurige zet kan doen. Speel als voorbeeld d2–d3.
Leerlingen doen: Hef het schaak op met de zwarte koning en speel daarna b3–c5 met het paard.
-
23–33 min
Ander antwoord onderzoeken
Jij doet of vraagt: Zet A opnieuw op en laat zwart na Pb3+ een andere legale koningszet kiezen. Onderzoek of de toren nog gewonnen wordt.
Leerlingen doen: Noteer de gekozen verdediging en controleer de tweede paardzet.
-
33–40 min
Eindcheck
Jij doet of vraagt: Laat de hele combinatie vanaf A uitleggen. Vraag waarom een aanval op twee stukken zonder schaak minder dwingend kan zijn.
Leerlingen doen: Benoem beide doelen, de verplichte schaakreactie en de materiaalwinst.
Veelgemaakte fout
Wat zie je? De leerling stopt na het geven van schaak.
Zo help je: Vraag: welk tweede doel hing er ook alweer, en wat doen we zodra de koning uit schaak is?
Aanpassen aan je groep
Meer ondersteuning: Laat b3 met een fiche markeren en beide doelen met de vinger volgen.
Meer uitdaging: Onderzoek alle legale zwarte antwoorden na Pb3+. Is de toren op c5 daarna steeds te slaan?
Eindcheck: kan de leerling het uitleggen?
c1–b3 geeft schaak aan d2 en valt toren c5 aan; na bijvoorbeeld d2–d3 volgt b3–c5.
Laat één leerling individueel voordoen en vraag naar de reden. Lukt dat nog niet, herhaal de demonstratie met echte stukken voordat je verdergaat.