Je kunt bij afdrukken ook ‘Opslaan als PDF’ kiezen. De gekozen knop bepaalt of je vragen, antwoorden of beide afdrukt.
Chessschool · Werkblad 2
Bewegen, springen en slaan
Naam: _________________________ Datum: ______________
Gebruik losse stukken om te proberen. Je schrijft velden als e2–e4: eerst waar het stuk staat, dan waar het naartoe gaat.
Dit zijn bewegingsdiagrammen, geen volledige partijen. Het bord is verder leeg. In een echte partij mag je nooit je koning schaak laten staan.
- Loper: een loper staat op c1. Kan hij in één zet naar h6? En naar c6? Leg uit. ____________________
- Dame: een dame staat op d4. Welke zet kan niet: d4–d8, d4–h8 of d4–e6? Waarom? ____________________
- Koning: een koning staat op e4. Mag hij op een verder leeg bord naar e5? En naar e6? ____________________
- Pion: een witte pion staat op e2. e3 en e4 zijn leeg. Welke twee zetten kan hij kiezen? ____________________
- Blokkade: nu staat een eigen stuk op e3. Mag de pion van e2 naar e4 springen? Waarom? ____________________
- Slaan: een witte pion staat op e2 en een zwart stuk op d3. Kan de pion dat stuk slaan? Hoe verschilt dat van gewoon lopen? ____________________
Even controleren
Dit kan ik nu zelfstandig: ______________________________
Hier wil ik nog hulp bij: _________________________________
Chessschool · chessschool.be/trainers/ · versie 30-10-2026
Werkblad 2 · Begeleidersblad
Antwoorden: Bewegen, springen en slaan
Laat de leerling eerst de redenering verwoorden. Een goede zet zonder uitleg is nog geen bewijs dat de regel begrepen is.
- a4, b4, c4, e4, f4, g4, h4, d1, d2, d3, d5, d6, d7, d8: 14 velden. Het eigen veld d4 telt niet mee.
- b3, b5, c2, c6, e2, e6, f3, f5: 8 velden. Het paard springt; stukken op tussenliggende velden blokkeren de sprong niet.
- h6 kan als de diagonaal vrij is; c6 kan niet, want die zet is niet schuin.
- d4–e6 kan niet: geen rechte lijn en geen diagonaal. Een dame beweegt als toren of loper, niet als een paard.
- e5 wel, e6 niet: de koning gaat één veld per zet. In een echte partij moet het doelveld bovendien veilig zijn.
- e2–e3 of e2–e4. De dubbele stap mag alleen vanaf het beginveld en als beide velden vrij zijn.
- Nee. Ook bij de dubbele stap moet e3 leeg zijn; de pion kan niet springen.
- Ja, e2–d3. Wit loopt recht vooruit naar hogere rijnummers maar slaat één veld schuin vooruit. Een pion slaat geen stuk recht voor zich.
Korte eindcheck
Leg een eigen pion op d6 en een toren op d4: laat uitleggen waarom d5 kan en d7 niet. Laat daarna een leerling vertellen wat bij de pion anders is aan lopen en slaan. Behandel rokade, en passant en promotie in een vervolgles.