Kies eventueel ‘Opslaan als PDF’ in het afdrukvenster. Antwoorden worden alleen meegeprint als je daarvoor kiest.
Chessschool · Werkblad 5
Een goede start van je partij
Naam: _________________________ Datum: ______________
Werk eerst zelf en bespreek daarna met een maatje. Zet de stellingen op een echt bord als dat helpt. De diagrammen staan vanaf de witte kant. Bij elke stelling staat wie aan zet is; alle niet genoemde velden zijn leeg.
- Zet de beginstelling op. Op welke velden staan de witte en zwarte dame?
- Noem de vier centrumvelden.
- Speel na: wit e2–e4, zwart e7–e5, wit g1–f3, zwart b8–c6, wit f1–c4, zwart f8–c5. Welke witte lichte stukken zijn ontwikkeld?
- Waarom helpt het vaak om verschillende stukken te ontwikkelen in plaats van steeds hetzelfde paard te bewegen?
- Je staat schaak, maar wil een nieuw stuk ontwikkelen. Wat controleer je eerst?
Dit wil ik nog oefenen: ___________________________________
Chessschool · chessschool.be/trainers/ · versie 31-10-2026
Begeleidersblad
Antwoorden: Een goede start van je partij
Laat leerlingen hun antwoord op het bord aantonen. De uitleg telt mee; alleen een zet onthouden is onvoldoende.
- Witte dame d1 en zwarte dame d8: dame op eigen kleur.
- d4, e4, d5 en e5.
- Het paard van g1 staat op f3 en de loper van f1 staat op c4.
- Meer stukken kunnen samenwerken en meedoen. Dit is een richtlijn: een concrete dreiging kan een herhaalde zet nodig maken.
- Je moet het schaak opheffen met een legale zet. Ontwikkelen mag alleen als die zet het schaak ook oplost.
Eindcheck
De leerling noemt een legaal ontwikkelingsvoorbeeld en controleert eerst de dreiging van de tegenstander.