Les 2 van 13
De pion: schaakles voor beginners
Acht stuks, het kleinste stuk en toch onmisbaar. Bereikt een pion de overkant, dan promoveert hij meestal tot dame.
Stap voor stap
Een pion loopt één vakje vooruit. Nooit opzij, nooit terug.
De eerste keer mag je rennen
Vanaf zijn beginrij mag een pion één of twee velden vooruit. Beide velden moeten vrij zijn voor de dubbele zet. Daarna gaat hij nog maar één veld per zet.
Recht voor je is een dichte deur
Staat er iets recht voor je pion, dan kan hij niet verder. Een pion slaat nooit recht vooruit.
Lopen is recht, slaan is schuin
Staat er een vijand één vakje schuin vooruit, dan mag je die slaan en op zijn plek gaan staan.
Oefenen en je kennis testen
Met JavaScript zie je bewegende bordvoorbeelden en kun je het examen maken. Elk goed antwoord levert tien punten op; met twintig punten slaag je.